|
|
Sprankelse bossen
Geschiedenis
Het gebied waar nu de Sprankelse Bossen liggen is al eeuwenlang cultuurgebied geweest. Daarvan getuigen onder andere de grafheuvels die archeologisch zeer waardevol zijn. (Voor het behoud van de heuvels worden ze vrij gehouden van bomen en struiken en zijn de wandelpaden zodanig aangelegd dat de heuvels worden ontzien.) Toen onze verre voorouders zich hier vestigden, vonden ze er een natuurlijk bos met voornamelijk eiken en berken. Om akkerland te krijgen werd een stuk bos gekapt of verbrand. Het gebruik van mest was onbekend, zodat na enkele jaren gebruik de akkertjes uitgemergeld waren, omdat dan alle voedsel aan de bodem was onttrokken. Er werd dan weer een ander stuk bos gerooid; en zo verder! Op de schrale verlaten akkers groeide daarna wel heide: op de droge plekken struikheide en op de natte plekken dopheide. Zo ontstonden grote heidevelden gelegen tussen de beekdalen. Grazende schapen hielden de heide kaal. Oude namen in deze omgeving zijn Schootsche Heide, Heersche Heide en Bussereindsche Heide. Roofbouw hield op toen men ontdekte dat de mest van schapen en ander vee de akkers vruchtbaar kon maken. Toen begin twintigste eeuw kunstmest werd uitgevonden ging men grote stukken heide ontginnen voor de landbouw en op de mindere gronden werden dennenbossen aangeplant. Dit hout was nodig in de mijnbouw als stuthout in de mijngangen.
Het gebied van de Sprankel werd vanaf de dertiger jaren van de vorige eeuw beplant met vooral grove den, douglasspar en hemlockspar. Daartussen zijn zomereik, berk, tamme kastanje en andere soorten bomen en struiken geplant of zijn komen aanwaaien. Langs lanen en verspreid in het terrein ziet men ook Amerikaanse eiken. Deze bomen zijn indertijd geplant omdat ze zo mooi en sterk zijn; daar heeft men nu een beetje spijt van. Omdat de vele eikels zo gemakkelijk kiemen en een afgezaagde boom snel weer uitloopt doen ze het eigenlijk veel te goed. Kappen van overtollige bomen en het verwijderen van jonge zaailingen moet overheersing door deze boomsoort voorkomen. Iets dergelijks geldt voor de Amerikaanse vogelkers. Verwijderen met wortel en tak is de enige manier om deze woekeraar te bestrijden die niet voor niets de bijnaam "bospest" heeft gekregen.
Huidige situatie
De bossen in onze gemeente zijn relatief klein en jong en men streeft naar het verkrijgen van een meer natuurlijk bos. Dat is zeer wenselijk, maar het creëren van een echt oerbos'' is gezien grootte en ligging van onze bossen natuurlijk niet mogelijk.
Door het selectief kappen van bomen komt er meer "lucht" in het bos en door het laten liggen van dood hout wordt de kwaliteit van de bodem verbeterd. Door een sterk verbeterde lichtinval krijgen de jonge boompjes en struiken meer kans om te groeien, zelfs voor planten die van oorsprong in het bos thuishoren maar er niet meer waren. Als gevolg van een dergelijke ontwikkeling breidt ook de dierenwereld zich uit. Het huidige beheer is gericht op het bereiken van evenwicht tussen natuur, recreatie en bosbouw.
De rijksoverheid stimuleert het niet opruimen van dood hout. Bij het vaststellen van de subsidie wordt namelijk ook rekening gehouden met de hoeveelheid dood hout per perceel. Op de wandelaar komt al die 'rommel' wel eens wat onverzorgd over maar het is echt beter voor de kwaliteit van de bodem. Trouwens, na relatief korte tijd is veel van het dode hout al weer verteerd en verdwenen.
Wandelingen
Het bosgebied 'De Sprankel', ten zuiden van de weg Veldhoven-Steensel, loopt ruwweg vanaf Koningshof vrijwel onafgebroken door tot aan de Stevert in Steensel. Even voor de ingang van de golfbaan Gendersteyn slaat u linksaf de Turfweg in. Aan het eind daarvan begint een 3,5 km lange wandelroute, voornamelijk op Veldhovens grondgebied.
De route is aangegeven met paaltjes met een schuine kop, waarop een groen rond bordje bevestigd is met de tekst 'natuurwandelpad De Sprankel'. De richting van de schuine kop wijst in de richting van de wandeling. Een volledige beschrijving met routekaartje kunt u downloaden van de website van IVN Veldhoven / Vessem
|
|