© 2009 VVV Veldhoven - Meiveld 2, 5501 KA Veldhoven - Tel. (040) 255 37 55
E-mail: info@vvv-veldhoven.nl -KvK 41088272 - BTW 002650861B01
Home Er-op-uit Overnachten Zakelijk Links

Veldhoven Natuurlijk

De rubriek 'Veldhoven-Natuurlijk' is een initiatief van VVV-Veldhoven in samenwerking met IVN Veldhoven/Vessem
Reacties, aanvullingen of suggesties kunt u altijd insturen naar
VVV-Veldhoven Meiveld 2, 5501 KA Veldhoven.

Natuurgebieden in Veldhoven
Tegenwoordig gaat het stedelijk gebied van Eindhoven vrijwel naadloos over tot diep in Veldhoven. Maar toch is er binnen de gemeentegrenzen, voldoende ruimte om van de natuur te genieten. Deze groene gebieden vindt men in de zuidwest hoek van Veldhoven, daarmee een geleidelijke overgang vormend naar de landelijke ruimte van de Kempen. De meeste van deze gebieden zijn tussen zonsopkomst en -ondergang vrij toegankelijk voor wandelaars en fietsers. Voorwaarde is dat men op de paden blijft en honden aangelijnd zijn.

Veldhoven kent de volgende natuurgebieden:

  1. Dommelbeemden
  2. Vlasrootvennen
  3. Groot Goor
  4. Sprankelse bossen
  5. Oeyenbosch
  6. Oerlesche en Zandoerlesche bossen
  7. Molenvelden
  8. Toterfout en Half Mijl

natuur01
Een stukje geschiedenis
In het begin van de 19e eeuw hadden de dorpen die tegenwoordig Veldhoven vormen, samen zo'n 3000 inwoners die hoofdzakelijk van de landbouw leefden. De 'natuur' bestond voornamelijk uit uitgestrekte heidevelden ('woeste grond'), bijna de helft van het totale grondgebied. Slechts 3 % was bebouwd, de rest landbouwgrond. Op de heide graasden schapen die 's nachts naar de potstal gingen. De bodem van deze stal werd bedekt met heideplaggen. Deze plaggen werden, gemengd met de schapenmest, op de akkers gebracht om de vruchtbaarheid daarvan te verbeteren. Bossen waren er nauwelijks, alleen de Oerlesche en Zandoerlesche bossen bestonden al grotendeels.

Door de uitvinding van de kunstmest rond 1850 was de heide voor de mest niet meer nodig. Grote oppervlaktes heidevelden zijn toen ontgonnen tot landbouwgrond of beplant met bos. In Veldhoven is zelfs alle heide verdwenen. Het aangeplante bos was niet bedoeld als natuur of voor recreatie maar voor houtproductie. De opkomende mijnbouw in Zuid-Limburg had behoefte aan stuthout. Dennenhout was daarvoor het meest geschikt omdat het kraakt voordat het breekt. Mijnwerkers hadden dan de kans om te vluchten bij dreigend instortingsgevaar.

Dennenbossen werden dus uitsluitend aangelegd voor het produceren van hout en waren dus landbouwgrond. In dat opzicht is de vergelijking met een tegenwoordige maïsakker op z'n plaats. In beide gevallen wordt er naar gestreefd om met een zo klein mogelijke inspanning een zo groot mogelijke opbrengst te realiseren. Dat werd bereikt door dicht bij elkaar en op rijen te planten. Door onderlinge concurrentie om licht ontstond een sterke lengtegroei met lange, rechte bomen. Prima geschikt voor palen en balken.
Vandaar dat zo'n bos vaak mastbos genoemd werd, met bomen als vlaggenmasten. Daardoor werd onderbegroeiing ('onkruid') afgeremd, wat nog versterkt werd door gebruik van pesticiden. Het resultaat was een monocultuur, die dan ook alleen heel specifieke, andere plant- en diersoorten toeliet. Daarmee is de armoede van het dennenbos in de 20ste eeuw grotendeels verklaard.

De laatste mijn is al meer dan 30 jaar dicht en de bossen dienen nu een ander doel. Nog steeds overheersen de naaldbomen, maar een veranderend beheer heeft geleid tot een veel gevarieerdere en oorspronkelijke begroeiing en daarmee een veel rijker dierenleven.